Op 30 mei 2021 heeft de verdachte te Zaandam het slachtoffer een harde stomp op de kaak gegeven, waardoor deze op twee plaatsen brak en een operatie met permanente metalen plaatjes noodzakelijk was. Het slachtoffer ondervond langdurige pijn en behandeling.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep bekende hij het feit en toonde inzicht, waarna het hof besloot een taakstraf van 120 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar op te leggen. Hierbij werd rekening gehouden met eerdere geweldsdelicten en positieve ontwikkelingen van de verdachte.
Het hof stelde vast dat het bewezenverklaarde strafbaar is als zware mishandeling en wees het overige tenlastegelegde af. Verder legde het hof een schadevergoedingsmaatregel van €2.000 op voor immateriële schade, gebaseerd op medische verklaringen en de ernst van het letsel.
De redelijke termijn in hoger beroep was met 10 maanden overschreden, wat het hof meewoog bij het bepalen van de straf. De taakstraf werd daarom verkort van 150 naar 120 uur. De gijzelingstermijn bij niet-betaling van de schadevergoeding werd gesteld op maximaal 30 dagen.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 april 2025.