ECLI:NL:GHAMS:2025:1115
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis verdachte medeplichtigheid moord Marengo-zaak
De verdachte is veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. De voorlopige hechtenis werd na een eerdere schorsing weer hervat. De raadsman verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, stellende dat ernstige bezwaren ontbreken omdat de verdachte niet aanwezig was op een cruciale zitting en dat het vonnis op dat punt evident onjuist is.
Het hof oordeelt dat zelfs indien de verdachte niet aanwezig was op die zitting, ernstige bezwaren blijven bestaan op basis van PGP-berichten, verklaringen van de verdachte en getuigen, en de aard van de communicatie die wijst op betrokkenheid bij levensdelicten. De twaalfjaarsgrond voor voorlopige hechtenis blijft onverkort van toepassing.
Het hof benadrukt dat bij ernstige misdrijven tegen het leven alleen schorsing mogelijk is bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, die niet zijn aangevoerd. Het maatschappelijk belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van de verdachte. Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte wordt afgewezen.