ECLI:NL:GHAMS:2025:1150

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
30 april 2025
Zaaknummer
23-002346-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 1 WVW 1994Art. 23 SrArt. 24c SrArt. 63 SrArt. 176 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden onder invloed van GHB met geldboete en rijontzegging

Op 5 september 2021 reed de verdachte te Alkmaar als bestuurder van een personenauto onder invloed van GHB, waarbij hij niet in staat was tot behoorlijk besturen. De politie constateerde slingerend rijgedrag en negeren van een stopteken. De verdachte gaf toe GHB en medicijnen te hebben gebruikt.

De politierechter veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €1000, te vervangen door 20 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 6 maanden. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het openbaar ministerie vorderde bevestiging van deze straf.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep wegens procedurele redenen, verklaarde het bewezenverklaarde feit strafbaar en veroordeelde de verdachte opnieuw tot dezelfde straf. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging wegens een eerdere veroordeling en overtreding tijdens de proeftijd.

Het hof motiveerde de straf op basis van de ernst van het feit, het gevaar voor de verkeersveiligheid en de eerdere veroordelingen van de verdachte. De opgelegde straf is passend en geboden gelet op de omstandigheden en de persoon van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €1000 en een rijontzegging van 6 maanden, met tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.

Uitspraak

proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 14 april 2025
parketnummer 23-002346-23
datum vonnis eerste aanleg 3 augustus 2023
parketnummer 96-276004-22 en 23-003706-19 (TUL)
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 14 april 2025.
Tegenwoordig:
mr. A.R.O. Mooy raadsheer,
en mr. L.P. van Kessel en mr. A.C. Vermeijden griffiers.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. E. Meppelink, advocaat-generaal.
De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, opgeroepen als:
[verdachte],
geboren [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats],
[adres 1],
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. E. Boskma, advocaat te [adres 2], die desgevraagd verklaart door de verdachte
nietuitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
De raadsheer stelt vast dat de verdachte op de door de wet voorgeschreven wijze is opgeroepen.
De raadsheer verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsheer gaat over tot bespreking van de inhoud van het dossier, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het uittreksel van de Justitiële Documentatie van 18 maart 2025.
De advocaat-generaal voert het woord en leest de vordering voor. Deze wordt aan het gerechtshof overgelegd en in het dossier gevoegd. Het requisitoir strekt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. De advocaat-generaal vordert een geldboete ter hoogte van € 1.000,00, te vervangen door 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden. De advocaat-generaal vraagt voorts de vordering tot tenuitvoerlegging met het parketnummer 23-003706-19 toe te wijzen.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 september 2021 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten GHB, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 5 september 2021 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten GHB, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Bewijsmiddelen

De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt, dat het ten laste gelegde en bewezen geachte feit door verdachte is begaan.
1. Een proces-verbaal van bevindingen van 27 december 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [pagina’s 2-4].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisanten [naam]:
Op zondag 5 september 2021 om 04:18 uur zag ik, [naam] ([nummer]), dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een voertuig personenauto, Ford Ka, Nederland, kenteken [kenteken], reed op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [adres 3].
Verdachte reed slingerend over de weg en negeerde het stopteken. Verdacht is bekend met GHB gebruik.
De verdachte gaf mij, [naam] ([nummer]), op te zijn genaamd:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1983
2. Een proces-verbaal van verhoor van 5 september 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [pagina’s 13-15].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als tegenover verbalisant voornoemd op voormelde datum afgelegde verklaring van
verdachte:
Pl: Heb je een voertuig bestuurd terwijl je alcohol, drugs en/of medicijnen had gebruikt?
V : "Ja GHB."
Pl: Hoeveel drugs heb je de afgelopen 48 uur gebruikt?
V : " GHB en medicijnen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.000,00, te vervangen door 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet de persoon en de draagkracht van de verdachte.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een auto op de openbare weg onder invloed van GHB. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van drugs de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt. Dit brengt een risico voor de verkeersveiligheid met zich. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen voor zichzelf, maar ook voor andere weggebruikers een onverantwoord risico genomen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 maart 2025 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, ook ten aanzien van een soortgelijk feit.
Gelet op het voorgaande, mede gelet op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, acht het hof een onvoorwaardelijke geldboete en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden hoogte respectievelijk duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24c, 63 Wetboek van Strafrecht en 8, 176, 179 Wegenverkeerswet 1994.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 7 december 2020, parketnummer 23-003706-19, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting de tenuitvoerlegging gevorderd.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboeteter hoogte
van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis,en een
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2022, parketnummer 23-003706-19, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken,en een
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffiers is vastgesteld en ondertekend.