ECLI:NL:GHAMS:2025:1228
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen koopovereenkomst met geïntimeerde tot stand kwam en afwijzing onrechtmatige daad
Appellant kocht twee containerladingen chiazaad, waarvan de tweede niet werd geleverd. Hij stelde dat de koopovereenkomst rechtsgeldig was gesloten met geïntimeerde, die via een alias en e-mailadres communiceerde. De rechtbank oordeelde dat een redelijk persoon niet mocht aannemen dat de overeenkomst met geïntimeerde was gesloten, maar met een derde partij, [naam 1].
In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Het hof weegt mee dat facturen en betalingen aan [naam 1] waren gericht, terwijl geïntimeerde niet op de facturen of correspondentie stond vermeld. De informatie op de website over geïntimeerde als verkoper weegt minder zwaar, mede omdat de bestelling niet via de webshop is geplaatst.
Appellant stelde subsidiair dat geïntimeerde onrechtmatig handelde door zich met een valse identiteit voor te doen, waardoor verhaal op [naam 1] praktisch onmogelijk zou zijn. Het hof wijst deze vordering af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband en intentie tot frustratie van verhaal.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen af en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen koopovereenkomst met geïntimeerde tot stand kwam en wijst de vordering wegens onrechtmatige daad af.