ECLI:NL:GHAMS:2025:1339
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- M.A. Wabeke
- S.M.M. Bordenga
- I.A. van der Burg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer in beklagzaak wegens vermeende partijdigheid
In deze wrakingszaak heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking van een raadsheer in een beklagprocedure op grond van artikel 12 Sv Pro beoordeeld. De verzoekster stelde diverse gronden aan de orde, waaronder de afwezigheid bij het horen van beklaagden, het niet ontvangen van processtukken, de bejegening tijdens de zitting en het ondertekenen van het proces-verbaal na het indienen van het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer heeft per onderdeel onderzocht of er sprake was van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Zo werd onder meer overwogen dat onvrede over een processuele beslissing geen grond is voor wraking, dat de raadsheer juist handelde binnen zijn bevoegdheid en dat de bejegening tijdens de zitting geen aanwijzing gaf voor partijdigheid.
Ook het feit dat het proces-verbaal van een eerdere zitting na het wrakingsverzoek werd ondertekend, werd niet als schending van procedurele rechten gezien. De wrakingskamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzing bevatten voor partijdigheid of de schijn daarvan.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door drie raadsheren en is op 20 mei 2025 uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.