ECLI:NL:GHAMS:2025:1364
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.E. Dijkers
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- H.A. Stalenhoef
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij diefstal door middel van verbreking
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 21 mei 2025 het arrest gewezen in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 4 juni 2021. Betrokkene was veroordeeld voor diefstal door middel van verbreking van sieraden, portefeuilles en horloges uit een winkel in september 2017. Tevens was hem een betalingsverplichting opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep werd de vordering tot ontneming gehandhaafd op een bedrag van €21.536,09, gebaseerd op de inkoopprijs van de gestolen goederen exclusief btw. De verdediging voerde onder meer aan dat de vordering niet kon worden vastgesteld vanwege onduidelijkheid over de gestolen goederen en dat de redelijke termijn was overschreden.
Het hof oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voldoende aannemelijk was en dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden met bijna twee jaar. Gezien de strafzaak waarin reeds rekening was gehouden met deze termijnoverschrijding, volstond het hof met een constatering hiervan. De vordering tot ontneming werd bevestigd en de maximale duur van gijzeling werd niet beperkt tot één dag zoals door de verdediging verzocht.
Uitkomst: Betrokkene is veroordeeld tot betaling van €21.536,09 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.