ECLI:NL:GHAMS:2025:1407
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep draagmoederschapsovereenkomst en adoptie van minderjarige
Deze zaak betreft een draagmoederschapsovereenkomst tussen twee wensouders en een draagmoeder die het kind droeg. Na een toewijzende beschikking van de rechtbank over vaderschap, gezag en adoptie, verzet de draagmoeder zich in hoger beroep tegen de adoptie en het gezag. Het hof oordeelt dat de draagmoederschapsovereenkomst slechts ten dele kan worden uitgevoerd.
De moeder wenst alsnog een moederrol te vervullen, wat volgens het hof betekent dat niet is voldaan aan de wettelijke vereiste dat het kind niets meer van haar als ouder te verwachten heeft. Daarom vernietigt het hof de adoptie door de wensouder. Het vaderschap van de andere wensouder wordt vastgesteld en het eenhoofdig gezag aan hem toegewezen, omdat het kind in zijn gezin opgroeit.
De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De omgangsregeling is ingetrokken en het hof bekrachtigt de overige beslissingen van de rechtbank. Het hof benadrukt dat de draagmoederschapsovereenkomst niet alle afspraken juridisch afdwingbaar maakt en dat het belang van het kind voorop staat.
Uitkomst: Het hof vernietigt de adoptie door de wensouder, bekrachtigt het vaderschap en het eenhoofdig gezag van de andere wensouder, en verklaart de draagmoeder niet-ontvankelijk in hoger beroep.