Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
7 september 2025de tijd wordt gegund;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het verzoek van de moeder om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over haar minderjarige kind, geboren in 2018. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof stelt op basis van de stukken en de zitting voorshands vast dat de man de biologische vader is, mede vanwege de relatiegeschiedenis, het contact tussen partijen en het ontbreken van medewerking aan DNA-onderzoek door de man.
De man is niet verschenen in de procedure en heeft geen medewerking verleend aan het door de rechtbank gelaste DNA-onderzoek. Het hof acht het aannemelijk dat de man op de hoogte was van de procedure en de onderzoeksopdracht. De moeder heeft uitgebreid en consistent verklaard over haar relatie met de man en diens betrokkenheid bij het kind, wat wordt ondersteund door verklaringen van de informant.
Het hof laat de man toe om binnen drie maanden tegenbewijs te leveren tegen het voorshands vastgestelde vaderschap. Indien de man geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, zal het hof zonder nadere zitting een eindbeschikking wijzen. De procedure wordt aangehouden tot 7 september 2025, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof stelt voorshands het vaderschap vast en geeft de man drie maanden om tegenbewijs te leveren.