ECLI:NL:GHAMS:2025:1464
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. Tijdens de terechtzitting op 20 mei 2025 gaf verdachte aan het hoger beroep niet te willen handhaven, waardoor de eerder opgegeven bezwaren werden ingetrokken.
De advocaat-generaal had verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van verdachte op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang meer was bij voortzetting van het hoger beroep.
Op basis hiervan verklaarde het hof het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters D.A.C. Koster, W.S. Ludwig en M.T.C. de Vries.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking.