ECLI:NL:GHAMS:2025:1487
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige naar moeder toegewezen
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige na ontbinding van het geregistreerd partnerschap van de ouders. De rechtbank had het verzoek van de moeder tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling afgewezen. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om toewijzing van haar verzoeken.
Tijdens de procedure trok de moeder haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling in, zodat het hof alleen over de hoofdverblijfplaats hoefde te beslissen. De ouders hebben gezamenlijk gezag over de kinderen en de huidige zorgregeling voorziet in co-ouderschap waarbij de minderjarige om de week bij vader en moeder verblijft. De moeder is volledig beschikbaar en kan praktische zaken beter regelen, terwijl de vader door zijn werk minder tijd heeft.
Het hof oordeelde dat wijziging van de hoofdverblijfplaats in het belang van het kind is, mede omdat dit administratief is en nauwelijks gevolgen heeft voor het kind of het gezin. De vader verzette zich niet tegen de wijziging. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze het verzoek tot wijziging afwees en bepaalde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder komt te liggen met ingang van 3 juni 2025.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige is met ingang van 3 juni 2025 bij de moeder vastgesteld.