ECLI:NL:GHAMS:2025:1517
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ex-bestuurder tot ontslag andere bestuurders wegens rechtsgeldig ontslag eigen bestuursfunctie
De appellant, een voormalig bestuurder van Stichting Quba, verzocht het gerechtshof om de huidige bestuurders van de stichting te ontslaan, stellende dat zij hem onterecht hadden ontslagen. Dit verzoek werd afgewezen omdat in een gelijktijdig arrest is vastgesteld dat het ontslag van de appellant als bestuurder rechtsgeldig was.
In eerste aanleg had de appellant meerdere verzoeken ingediend, waaronder het ontslaan van de huidige bestuurders, het gelasten van een onderzoek naar de uitgaven van de stichting en het treffen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank wees deze verzoeken af, en in hoger beroep werd het verzoek beperkt tot het ontslaan van de twee bestuurders.
Het hof oordeelde dat het verzoek nauw samenhangt met een andere procedure waarin is vastgesteld dat het ontslag van de appellant op 10 maart 2021 rechtsgeldig is genomen. De appellant kon onvoldoende onderbouwen dat de notulen vals waren opgemaakt of dat er sprake was van bankfraude of tekortkomingen in het bestuur. Zijn stellingen waren vaag en niet concreet genoeg, en hij had de beloofde financiële stukken niet overgelegd.
Daarom faalden alle grieven van de appellant en werd de bestreden beschikking bekrachtigd. De appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek van de ex-bestuurder om de andere bestuurders te ontslaan is afgewezen omdat het eigen ontslag rechtsgeldig was.