ECLI:NL:GHAMS:2025:1521
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Consument niet vrijgesteld van betaling ondanks niet wijzen op herroepingsrecht bij kinderopvang
In deze zaak stond centraal of een consument, die door een kinderdagverblijf niet is geïnformeerd over het herroepingsrecht bij een op afstand gesloten overeenkomst, vrijgesteld is van betaling van reeds genoten kinderopvang. De kantonrechter had de vorderingen van de kinderopvangorganisatie afgewezen omdat de consument niet was gewezen op het herroepingsrecht en de ontbindingstermijn daardoor was verlengd.
Het hof oordeelde anders. Hoewel erkend werd dat de consument niet was gewezen op het herroepingsrecht, was niet gesteld of gebleken dat de consument binnen de verlengde termijn van maximaal twaalf maanden de overeenkomst heeft herroepen. Hierdoor blijft de betalingsverplichting bestaan. Het hof past een prijsvermindering van 10% toe als sanctie voor het niet informeren over het herroepingsrecht, wat als doeltreffend, evenredig en afschrikkend wordt beschouwd.
Daarnaast werd het incassobeding getoetst op oneerlijkheid en niet als oneerlijk beoordeeld. De buitengerechtelijke incassokosten werden wel gematigd tot het wettelijke tarief. De bestreden vonnissen werden vernietigd en de consument werd veroordeeld tot betaling van 90% van de hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, met een compensatie van proceskosten in hoger beroep.
Het arrest bevestigt dat het niet wijzen op het herroepingsrecht niet automatisch leidt tot vrijstelling van betaling, maar dat een passende sanctie zoals een prijsvermindering kan worden opgelegd. Dit draagt bij aan rechtszekerheid en evenwicht tussen partijen in consumentenovereenkomsten.
Uitkomst: Consumenten worden veroordeeld tot betaling van 90% van de hoofdsom met rente en incassokosten, met een prijsvermindering van 10% als sanctie voor het niet wijzen op het herroepingsrecht.