ECLI:NL:GHAMS:2025:160
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan opzet bij bedreiging met mes in verwarde toestand
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 26 september 2022 te Amsterdam twee hulpverleners had bedreigd door dreigend een mes te pakken en te tonen. De rechtbank had hem hiervoor veroordeeld. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken.
De verdediging voerde aan dat verdachte het mes pakte om zichzelf te verwonden en niet om te bedreigen. Verdachte verkeerde in een verwarde toestand en had medicatie niet ingenomen. Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte opzettelijk handelde of zich bewust was van het risico dat de hulpverleners zich bedreigd zouden voelen.
Hoewel het tonen van een mes doorgaans als bedreigend wordt ervaren, waren er contra-indicaties in deze zaak. De verklaringen van de aangevers waren onvoldoende concreet over bedreigende bewegingen. Het hof achtte aannemelijk dat verdachte handelde vanuit een psychische toestand en niet met de intentie om te bedreigen.
Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, en is hij vrijgesproken van bedreiging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging wegens gebrek aan bewijs van opzet.