Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1621

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
23-002280-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking door verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep begon op 9 november 2022 en werd meerdere malen geschorst. Op 24 april 2025 trok verdachte zijn hoger beroep in, waardoor hij geacht wordt de bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken.

De advocaat-generaal verzocht het hof om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang meer was bij voortzetting van het hoger beroep en verklaarde het daarom niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 juni 2025. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Hiermee kwam een einde aan de procedure in hoger beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking en gebrek aan belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002280-22
datum uitspraak: 5 juni 2025
TEGENSPRAAK (na aanhouding niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-088091-22, 13-098928-20 (TUL), 13-234297-20 (TUL) en 16-153517-21 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
5 juni 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 9 november 2022 aangevangen en geschorst. Op 17 februari 2023 is het onderzoek ter terechtzitting opnieuw geschorst. Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 24 april 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. H.A. van Eijk en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 juni 2025.
mr. P.K. van Riemsdijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.