Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over de zorgregeling en kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen na hun echtscheiding in 2018. De rechtbank had eerder de zorgregeling gewijzigd en de bijdrage van de vader vastgesteld op €147 per kind per maand. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om aanpassing van de zorgregeling en verlaging van de alimentatie.
Het hof constateerde een moeizame verstandhouding tussen partijen en dat de vader niet in staat was de kinderen naar hun activiteiten te brengen vanwege persoonlijke omstandigheden. Het belang van de kinderen bij het behouden van hun sportactiviteiten werd zwaar meegewogen, waardoor de zorgregeling werd ingekort en aangepast zodat de kinderen na voetbal bij de vader verblijven.
De alimentatie werd herzien op basis van de draagkracht van de vader, waarbij rekening werd gehouden met een schuldaflossing en de draagkracht van de moeder werd beperkt geacht vanwege haar arbeidsongeschiktheid en mantelzorgtaken. De bijdrage werd vastgesteld op €118 per kind per maand met ingang van 16 maart 2022, zonder terugvordering van teveel betaalde bedragen door de moeder.
Uitkomst: Het hof wijzigde de zorgregeling en stelde de kinderalimentatie vast op €118 per kind per maand met ingang van 16 maart 2022.