Uitspraak
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing
4.De beslissing
24 juni 2025in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De man heeft op 22 februari 2025 hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van 20 december 2024 van de rechtbank Noord-Holland. Het hof ontving een brief van de man van 19 maart 2025, maar constateerde dat het beroepschrift niet door een advocaat was ondertekend en ingediend, wat wettelijk verplicht is volgens artikel 359 in Pro verbinding met artikel 278 lid 3 Rv Pro.
Het hof heeft de man bij brief van 26 februari 2025 de gelegenheid gegeven om dit verzuim uiterlijk op 20 maart 2025 te herstellen. De man heeft deze mogelijkheid niet benut en gaf aan geen advocaat te hebben kunnen vinden die het beroepschrift wilde indienen. De deken van de plaatselijke orde van advocaten heeft het verzoek van de man om aanwijzing van een advocaat afgewezen vanwege onvoldoende inspanningen en geringe kans van slagen van het beroep.
Het hof oordeelt dat deze omstandigheden geen reden zijn om af te wijken van de wettelijke vereisten voor het indienen van een beroepschrift. Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk. De beschikking is op 24 juni 2025 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter, in aanwezigheid van de genoemde rechters en griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tussenkomst van een advocaat en het niet herstellen van dit verzuim.