Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1650

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
200.351.583/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 278 lid 3 RvArt. 281 lid 1 RvArt. 359 RvArt. 362 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken advocaat

De man heeft op 22 februari 2025 hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van 20 december 2024 van de rechtbank Noord-Holland. Het hof ontving een brief van de man van 19 maart 2025, maar constateerde dat het beroepschrift niet door een advocaat was ondertekend en ingediend, wat wettelijk verplicht is volgens artikel 359 in Pro verbinding met artikel 278 lid 3 Rv Pro.

Het hof heeft de man bij brief van 26 februari 2025 de gelegenheid gegeven om dit verzuim uiterlijk op 20 maart 2025 te herstellen. De man heeft deze mogelijkheid niet benut en gaf aan geen advocaat te hebben kunnen vinden die het beroepschrift wilde indienen. De deken van de plaatselijke orde van advocaten heeft het verzoek van de man om aanwijzing van een advocaat afgewezen vanwege onvoldoende inspanningen en geringe kans van slagen van het beroep.

Het hof oordeelt dat deze omstandigheden geen reden zijn om af te wijken van de wettelijke vereisten voor het indienen van een beroepschrift. Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk. De beschikking is op 24 juni 2025 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter, in aanwezigheid van de genoemde rechters en griffier.

Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tussenkomst van een advocaat en het niet herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.351.583/01
zaaknummer rechtbank: C/15/334308 / FA RK 22-5606
beschikking van de meervoudige kamer van 24 juni 2025 inzake
[de man],
tijdelijk verblijvende te [plaats A] ,
briefadres: [adres] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Noord-Holland (locatie: Alkmaar) (hierna: de rechtbank) van 20 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De man is op 22 februari 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van
20 december 2024.
2.2
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- een brief van de man van 19 maart 2025 met bijlagen.

3.De motivering van de beslissing

3.1
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van het bepaalde in artikel 359 in Pro verbinding met artikel 278 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een beroepschrift worden ondertekend en ingediend door een advocaat. Indien een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ondertekend en ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan wordt hij krachtens het in artikel 281 lid 1 Rv Pro bepaalde in het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Deze bepalingen zijn op grond van artikel 362 Rv Pro van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
3.2
Het hof stelt vast dat de op 22 februari 2025 ingekomen brief van de man zonder tussenkomst van een advocaat is ingediend en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 359 in Pro verbinding met artikel 278 lid 3 Rv Pro. Bij brief van dit hof van 26 februari 2025 is de man in de gelegenheid gesteld dit verzuim uiterlijk op 20 maart 2025 te herstellen. Deze herstelmogelijkheid is door de man niet benut.
De man heeft in een brief van 18 maart 2025 gericht aan het hof, die als bijlage bij de brief van 19 maart 2025 is gevoegd, aangegeven dat het hem niet is gelukt om binnen drie maanden een advocaat te vinden die namens hem het beroepschrift in deze zaak wil indienen. In het dossier bevindt zich tevens een brief van de deken van de [plaats] orde van advocaten van 11 maart 2025, inhoudende een beslissing op een aanwijzingsverzoek van de man. De deken heeft geconcludeerd dat niet is gebleken dat de man de nodige inspanningen heeft verricht om een advocaat te vinden en daarnaast dat de door de man gewenste procedure in hoger beroep geen redelijke kans van slagen heeft en heeft het verzoek van de man om aanwijzing van een advocaat afgewezen.
Deze door de man gestelde omstandigheden maken echter niet dat afgeweken kan worden van de hiervoor weergegeven wettelijke vereisten voor indiening van een beroepschrift.
Het voorgaande brengt met zich dat de man in zijn hoger beroep nietontvankelijk dient te worden verklaard.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. Alt-van Endt, J.M. van Baardewijk en
M.E. Burger, in tegenwoordigheid van mr. V.A.M. Willemsen als griffier en is op
24 juni 2025in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.