Belanghebbende, erfpachter van een geschakelde bungalow, betwistte de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €607.000 voor het belastingjaar 2015. De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. In hoger beroep herhaalde belanghebbende zijn bezwaren, onder meer over de woonoppervlakte en de vergelijkbaarheid van vergelijkingsobjecten.
Het hof onderschrijft de rechtsoverwegingen van de rechtbank dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de oppervlakte van de woning 174 m² bedraagt en dat de vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn. De door belanghebbende aangevoerde verschillen in onderhoud en ligging zijn onvoldoende onderbouwd om de waarde aan te passen.
Ook de formele en procedurele grieven over het niet verstrekken van gegevens door de heffingsambtenaar worden verworpen, omdat belanghebbende niet heeft gespecificeerd welke gegevens ontbreken of niet tijdig zijn verstrekt. Het hof wijst het verzoek af om aanvullende verkoopgegevens te laten overleggen.
Er is geen sprake van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur of mensenrechten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.