ECLI:NL:GHAMS:2025:1690
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling minderjarige kinderen onder toezichtstelling
De zaak betreft een geschil over de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen die onder toezichtstelling staan. De vader verzoekt om wijziging van de zorgregeling zodat hij de kinderen vaker kan ophalen en terugbrengen, conform het ouderschapsplan. De moeder en de gecertificeerde instelling (GI) zijn het eens met de bestreden beschikking van de kinderrechter die het verzoek van de vader afwijst.
In hoger beroep heeft het hof de subsidiaire verzoeken van de vader meegenomen, maar geoordeeld dat de bestreden beschikking niet nietig is en dat het verzoek van de vader onvoldoende steun vindt in het belang van de kinderen. Uit het recente onderzoek van NiCare blijkt dat er sprake is van een gehechtheidsbreuk tussen de kinderen en hun vader, mede door periodes van afwezigheid en detentie van de vader. De kinderen tonen weerstand tegen contact, versterkt door hun loyaliteit aan de kwetsbare moeder.
Het hof stelt dat op dit moment geen concrete zorgregeling moet worden vastgesteld, maar dat het stappenplan van NiCare gevolgd moet worden. De GI moet als regievoerder toezien op voortgang en het beperken van wachttijden. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het hoger beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de zorgregeling af.