ECLI:NL:GHAMS:2025:1752
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming zorgregeling en contactherstel tussen moeder en kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat haar vordering tot nakoming van een zorgregeling inzake omgang met haar minderjarige kinderen afwees. De kinderen verblijven bij de vader en hebben sinds oktober 2023 geen contact meer met de moeder. De moeder vordert dat de vader wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling, inclusief omgang onder professionele begeleiding en videobelmomenten.
Het hof stelt vast dat de zorgregeling uit 2019 en de latere beschikking uit 2023 in beginsel nagekomen moet worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Het hof oordeelt dat sinds april 2023 de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat nakoming niet in het belang van de kinderen is. De kinderen weigeren contact, wonen prettig bij de vader en verkeren in een loyaliteitsconflict. De ondertoezichtstelling is beëindigd en hulpverlening heeft niet geleid tot herstel van het contact.
Het hof wijst de vordering van de moeder af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. De vader blijft gehouden aan zijn wettelijke plicht de banden tussen kinderen en moeder te bevorderen. Het hof benadrukt het belang van rust en ruimte voor de kinderen om zich te ontwikkelen. De moeder krijgt geen beslissing over de informatieplicht van de vader, maar het hof acht het wenselijk dat de vader periodiek informeert over de kinderen. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de moeder tot nakoming van de zorgregeling wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.