ECLI:NL:GHAMS:2025:1916
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag vader en moeder over verstandelijk beperkte kinderen
De zaak betreft het verzoek van de vader om samen met de moeder gezamenlijk het gezag over hun twee kinderen, van 15 en 13 jaar met een verstandelijke beperking, uit te oefenen. De rechtbank had dit verzoek reeds afgewezen en de vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar stelt dat dit alleen mogelijk is als ouders kunnen samenwerken en communiceren. De kinderen hebben extra zorg nodig vanwege hun beperking en de ouders zijn sinds hun relatiebeëindiging in 2015 niet in staat gebleken een stabiel opvoedingsklimaat te bieden.
De moeder heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en accepteert hulpverlening, terwijl de vader zich onvoldoende heeft ingezet en geen inzicht toont in de behoeften van de kinderen. Er is geen communicatie tussen de ouders en de vader beschikt nauwelijks over informatie over de kinderen. Het hof concludeert dat gezamenlijk gezag op dit moment niet in het belang van de kinderen is en bekrachtigt de eerdere beschikking dat de moeder alleen het gezag blijft voeren.
Een aanvullend raadsonderzoek acht het hof niet nodig. De vader heeft geen verzoek gedaan om informatievoorziening over de kinderen, hoewel hij daar wettelijk recht op heeft. De beslissing is in het belang van de kinderen genomen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de moeder blijft het gezag alleen uitoefenen.