ECLI:NL:GHAMS:2025:1917
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gelijke draagplicht voor gemeenschapsschulden in huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak staat de vraag centraal wie draagplichtig is voor de gemeenschapsschulden die de man is aangegaan ten behoeve van zijn eenmanszaak tijdens het huwelijk. De rechtbank had bepaald dat beide ex-echtgenoten ieder voor de helft aansprakelijk zijn. De vrouw betwistte dit en wilde dat alleen de man aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank en het hof stellen vast dat er een algehele gemeenschap van goederen bestond en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. De schulden betreffen kosten voor ongediertebestrijding, energiekosten en gemeentelijke heffingen. De vrouw voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de schulden en niet van de inkomsten te hebben geprofiteerd.
Het hof oordeelt dat de schulden zijn gemaakt binnen de normale bedrijfsuitoefening en dat de vrouw door het huwelijksvermogensregime wel degelijk heeft meegeprofiteerd van de inkomsten uit de eenmanszaak. Er is geen reden om af te wijken van de gelijke draagplicht. Het incidenteel hoger beroep van de man is ingetrokken, waardoor hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt dat beide ex-echtgenoten ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de gemeenschapsschulden.