ECLI:NL:GHAMS:2025:1987

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
200.352.235/01 en 200.352.235/02
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurrecht en belangenafweging in echtscheidingsprocedure met betrekking tot hoofdverblijfplaats van kinderen

In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, gaat het om een hoger beroep van een vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam, waarin de echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man werd vastgesteld. De vrouw verzoekt in hoger beroep om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen en het huurrecht van de woning aan haar toe te kennen. De man verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het hof heeft de procedure in hoger beroep behandeld, waarbij beide partijen en hun advocaten aanwezig waren. De raad heeft ook een verklaring afgelegd over de situatie van de kinderen en de communicatie tussen de ouders. Het hof heeft vastgesteld dat de belangen van de man bij het huurrecht zwaarder wegen dan die van de vrouw, onder andere omdat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de huur kan betalen. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek van de vrouw tot schorsing van de bestreden beschikking afgewezen. De beslissing benadrukt de noodzaak van een belangenafweging in zaken van huurrecht en de hoofdverblijfplaats van kinderen na een echtscheiding.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer gerechtshof: 200.352.235/01 en 200.352.235/02
zaaknummer rechtbank: C/13/747341/ FA RK 24-1444
beschikking van de meervoudige kamer van 29 juli 2025 in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [plaats ] ,
verzoekster in het hoger beroep,
verzoekster in het incident,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. D.G. Nagel te Almere,
en
[de man] ,
wonende in [plaats ] ,
verweerder in hoger beroep,
verweerder in het incident,
hierna: de man,
advocaat: mr. A.S. Bodha te Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 24 januari 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vrouw is op 13 maart 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
2.2
De man heeft op 10 april 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Bij het hof zijn verder de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de vrouw van 14 april 2025, met bijlage;
- een bericht van de man van 5 juni 2025, met bijlagen;
- een bericht van de vrouw van 10 juni 2025, met bijlagen.
2.4
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vrouw, met haar advocaat;
- de man, met zijn advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door I.L.C. Stuifbergen.
De advocaat van de vader heeft ter zitting een pleitnotitie overgelegd.
2.5
Na de zitting heeft de vrouw op 3 juli 2025 nog een bericht met bijlage ingezonden, inhoudende dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt met betrekking tot het huurrecht.

3.De feiten

3.1
Partijen zijn [in] 2018 met elkaar gehuwd te [plaats ] . Zij hebben de Nederlandse nationaliteit.
3.2
Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren [in] 2018 te [plaats ] en
- [minderjarige 2] , geboren [in] 2020 te [plaats ] (hierna te noemen: de kinderen).

4.Het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat:
- de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;
- de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- de kinderen verblijven de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw, waarbij het wisselmoment in onderling overleg zal worden bepaald;
- de feest- en vakantiedagen worden in onderling overleg bij helfte door partijen gedeeld;
- de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [A-straat] , [plaats ] , met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
4.2
De vrouw verzoekt in hoger beroep, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, en in zoverre opnieuw rechtdoende te bepalen:
- dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;
- dat het huurrecht van de woning, gelegen aan [A-straat] te [plaats ] , aan de vrouw toekomt;
- dat indien en voor zover het huurrecht van de woning aan de vrouw wordt toegekend, er tussen de man en de kinderen conform het verzoek van de man gedaan in eerste aanleg een zorgregeling zal gelden zolang de man geen zelfstandige woonruimte heeft van iedere zaterdag van 10:00 uur tot 18:00 uur, alsmede elke maandag na school tot 18:00 uur en zodra de man over zelfstandige woonruimte beschikt de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw;
In deze procedure verzoekt de vrouw ook dat het hof, zolang nog niet op het hoger beroep is beslist, de werking van de bestreden beschikking schorst voor wat betreft het huurrecht en de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
4.3
De man verzoekt:
- de verzoeken van de vrouw af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen;
- voor het geval het hof tot de conclusie komt dat het huurecht van de echtelijke huurwoning aan de vrouw dient te worden toegewezen, een zorgregeling vast te stellen waarbij de man de kinderen elke zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur alsmede elke maandag na school tot 18.00 uur bij zich zal hebben en zodra hij een (zelfstandige) woonruimte heeft waar hij de kinderen kan ontvangen te bepalen dat de kinderen de ene week bij hem en de volgende week bij de vrouw zullen verblijven;
- bij tussenbeschikking reeds te beslissen op de grief van de vrouw aangaande de echtscheiding en haar in deze niet ontvankelijk te verklaren, de bestreden beschikking ten aanzien van de echtscheiding te bekrachtigen en te bepalen dat de beschikking van het hof als vervangende toestemming zal gelden voor de medewerking van de vrouw voor inschrijving van de echtscheiding;
- het verzoek om de bestreden beschikking te schorsen, af te wijzen.

5.De beoordeling

Schorsing (zaaknummer 200.352.235/02)
5.1
Het hof zal bij deze beschikking uitspraak doen in de hoofdzaak. Gelet hierop heeft de vrouw geen belang meer bij haar verzoek tot schorsing. Dit brengt mee dat het hof het verzoek tot schorsing zal afwijzen.
De hoofdzaak (200.352.235/01)
Echtscheiding
5.2
Volgens vaste rechtspraak strekt het hoger beroep mede ertoe de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot het verbeteren en aanvullen van hetgeen zij bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. Het rechtsmiddel van hoger beroep is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad echter niet gegeven om aan een partij van wie het verzoek tot echtscheiding door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beschikking ongedaan te maken omdat zij bij nader inzien de voorkeur eraan geeft van het verzoek af te zien. De vrouw heeft in eerste aanleg verzocht om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Dit verzoek is toegewezen, zodat de vrouw heeft gekregen wat zij wil en hoger beroep daartegen niet meer mogelijk is. Het hof verklaart de vrouw om die reden niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de echtscheiding.
Hoofdverblijfplaats van de kinderen en huurrecht van de woning
5.3
Partijen verschillen van mening over de vraag bij wie van hen de kinderen hun hoofdverblijfplaats dienen te hebben, al zijn ze het er wel over eens dat er nu co-ouderschap is en dat het co-ouderschap in principe moet worden voortgezet. Het springende punt in deze zaak is de kwestie van het huurrecht van de woning. Beide ouders verzoeken om het huurrecht en voeren aan meer belang bij het huurrecht van de woning te hebben dan de andere ouder. Het hof ziet aanleiding deze punten tezamen te behandelen.
Advies van de raad
5.4
De raad heeft ter zitting verklaard niets te kunnen zeggen over de woning, maar het goed te vinden om te zien dat de ouders de co-ouderschapsregeling in stand houden. Wel ziet de raad nog mogelijkheden voor verbetering van de onderlinge communicatie van de ouders. Het Ouder Kind Team (OKT) zou een verwijzing kunnen geven naar Ouderschap Blijft, zodat de ouders beter kunnen leren communiceren. Ook kan het OKT kijken hoe het met de kinderen gaat, want er is best veel gebeurd in een korte tijd, aldus de raad.
De beoordeling
5.5
Bij de beslissing over het huurrecht dient het hof een belangenafweging te maken. Nu de vrouw in hoger beroep is gekomen van de beslissing over het huurrecht, mag van haar in redelijkheid worden verlangd feiten en omstandigheden te stellen en, zo nodig, te bewijzen waaruit volgt dat haar belang bij het huurrecht zwaarder weegt dan het belang van de man.
5.6
De belangen van de man en de vrouw om na de echtscheiding de woning te blijven huren, zijn voor een groot deel gelijk of vergelijkbaar. Zij wonen allebei al lange tijd in [plaats ] en willen beiden graag in de voor hen vertrouwde omgeving blijven wonen. Voor beide partijen geldt dat zij momenteel geen concreet zicht hebben op een alternatieve eigen (huur)woning. Ook willen zij ieder met de kinderen in de woning blijven wonen. Zij zorgen – via een constructie van birdnesting in de echtelijke woning – elk om de week een week lang voor de kinderen. Beide ouders hebben de woning ook nodig voor de uitvoering van hun werkzaamheden. De vrouw voor haar werk als nagelstyliste en de man omdat hij veel uren thuis werkt.
5.7
Op twee punten wegen de belangen van de man naar het oordeel van het hof echter zwaarder dan die van de vrouw. Ten eerste heeft de vrouw - tegenover de betwisting door de man - onvoldoende aannemelijk gemaakt dat wanneer het huurrecht aan haar zou worden toegewezen, zij de maandelijkse huurkosten van de woning, naar mededeling van partijen ter zitting in hoger beroep vanaf juli 2024 € 850,- per maand (exclusief servicekosten en de verplichte garagekosten), kan (blijven) betalen. De vrouw heeft ter zitting verklaard dat zij werkt als nagelstyliste en een inkomen genereert op bijstandsniveau. De vrouw heeft echter geen financiële gegevens overgelegd, waardoor het voor het hof onduidelijk is hoeveel uur zij werkt, hoeveel inkomsten zij genereert en waarvan zij haar dagelijkse lasten betaalt. De man heeft gesteld dat de vrouw geen huurtoeslag zal kunnen ontvangen, omdat het een vrije sectorwoning betreft, het totaalbedrag van de huur ligt boven de huurprijsgrens. De vrouw heeft dit niet betwist. Het hof kan daarom niet vaststellen of de vrouw de huur kan (blijven) voldoen, zeker in het geval zich een onvoorziene omstandigheid voordoet. Dat de vrouw
voornemensis om naast haar werkzaamheden als nagelstyliste een webshop te gaan beginnen, laat het hof hierbij buiten beschouwing. Dit levert immers geen zekere inkomsten op. De man daarentegen heeft een voldoende en stabiel inkomen, werkt 32 uur per week, waarvan 16 uur in loondienst en 16 uur als ZZP-er. Uit de door hem overgelegde salarisspecificaties en jaaropgave blijkt dat de man een zodanig inkomen heeft dat hij de maandelijkse huur kan voldoen, hetgeen hij tot op heden ook heeft gedaan.
5.8
Ten tweede is niet aannemelijk geworden dat de vrouw minder snel alternatieve woonruimte zal kunnen vinden dan de man. Vaststaat dat de vrouw al tien jaar staat ingeschreven bij Woningnet. Hierdoor is de kans reëel dat zij, zeker als ze vaker op een woning reageert dan ze nu doet, binnen afzienbare termijn uitzicht heeft op een andere sociale huurwoning in de regio [plaats ] . De man daarentegen heeft een zodanig inkomen dat hij is aangewezen op de vrije woningmarkt, maar momenteel zijn er geen of nauwelijks andere woningen in de vrije sector in [plaats ] of omgeving die voor hem betaalbaar zijn. Het zal voor hem dus heel moeilijk zijn op korte termijn vervangende woonruimte te vinden. De stelling van de vrouw dat de man ook elders terecht zou kunnen, bijvoorbeeld bij vrienden of familie, is door de man betwist en heeft de vrouw vervolgens onvoldoende onderbouwd. Zelfs als de man tijdelijk wel ergens anders terecht zou kunnen, acht het hof dit gelet op het feit dat de man grotendeels thuis werkt met uitgebreide computerapparatuur, geen blijvende oplossing.
5.9
De vrouw heeft nog gesteld dat de kinderen haar erg missen als zij bij de man zijn. De vrouw heeft altijd de grootste rol in hun opvoeding en verzorging gehad en om die reden zou zij een groter belang hebben bij de woning. De man heeft dit gemotiveerd betwist. De vrouw heeft haar stelling tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de man niet onderbouwd. Het hof stelt vast dat er nu een ‘birdnesting’regeling loopt waarbij de ouders om de beurt elk een week lang voor de kinderen zorgen en dat beide ouders betrokken zijn bij de verzorging en opvoeding van de kinderen, ieder vanuit hun eigen rol. Weliswaar heeft de man erkend dat de kinderen de vrouw af en toe missen, maar hij geeft de kinderen de ruimte om de moeder te (video)bellen. Het betoog van de vrouw dat zij meer belang heeft bij de woning, omdat de kinderen haar erg missen als ze bij de man zijn, volgt het hof dus niet.
5.1
Alles afwegende weegt het belang van de man bij toekenning van het huurrecht zwaarder dan dat van de vrouw. De beschikking van de rechtbank zal dus in zoverre worden bekrachtigd.
Nu het huurrecht aan de man wordt toegekend, hoeft op het voorwaardelijke verzoek van de vrouw om een zorgregeling vast te stellen als het huurrecht van de woning aan de vrouw wordt toegekend, niet te worden beslist. De voorwaarde waaronder de vrouw dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld. Gelet op het voorgaande acht het hof het niet in het belang van de kinderen om de situatie nu te wijzigen en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw te bepalen. Ook voor het bepalen van de hoofdverblijfplaats van één van de kinderen bij de vrouw, daargelaten dat de vrouw dit niet expliciet heeft verzocht, ziet het hof geen aanleiding. De beschikking waarvan beroep zal daarom op deze onderdelen worden bekrachtigd.
5.11
Het hof wil partijen er nog op wijzen dat zolang de vrouw nog geen andere woonruimte heeft gevonden, het op vrijwillige basis voortzetten van de ‘birdnesting’-regeling in de huidige woning mogelijk nog een periode als tijdelijke oplossing kan dienen. De man heeft ter zitting verklaard hierin te willen bewilligen als blijkt dat de vrouw echt niet ergens anders terecht kan.
5.12
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.Beslissing

Het hof:
in de hoofdzaak:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte;
in het incident tot schorsing:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Alt-van Endt, mr. J.F. Miedema en mr. M. Perfors, bijgestaan door mr. T.L. Prins als griffier, en is op 29 juli 2025 uitgesproken in het openbaar door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier.