ECLI:NL:GHAMS:2025:2062

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
23-002410-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal wegens onvoldoende betrouwbare herkenningen door verbalisanten

In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van diefstal van sleutels en een tag uit de brievenbus van de benadeelde partij op 28 november 2021 te Amsterdam. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van deze goederen.

Het hof heeft geoordeeld dat de herkenningen door twee verbalisanten onvoldoende betrouwbaar zijn, omdat de processen-verbaal geen specifieke, onderscheidende persoonskenmerken bevatten waarop de herkenningen zijn gebaseerd. De kwaliteit van het beeldmateriaal en de wijze van herkenning lieten te wensen over, en het feit dat een van de verbalisanten de verdachte herkende nadat hij buiten heterdaad was aangehouden, weegt mee in het oordeel.

Omdat de betrokkenheid van de verdachte enkel steunde op deze suboptimale herkenningen en er geen ander objectief bewijs was, kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. De verdachte kreeg het voordeel van de twijfel en werd vrijgesproken.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter voor zover het oordeel betreft en deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbare herkenningen en gebrek aan objectief bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002410-22
datum uitspraak: 25 juli 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-032184-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juli 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep aan de orde, tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 november 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (een) sleutel(s) en/of (bijbehorende) tag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof anders dan de politierechter komt tot een vrijspraak van het ten laste gelegde.

Vrijspraak

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd en dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe is aangevoerd dat de
stillsin het dossier van onvoldoende kwaliteit zijn om een herkenning op te baseren. Ook benoemen verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] niet aan welke specifieke onderscheidende kenmerken zij de verdachte herkennen. De herkenningen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] zijn derhalve onvoldoende betrouwbaar om gebezigd te kunnen worden tot het bewijs.
Oordeel van het hof
Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op 28 november 2021 haar sleutels en tag in de brievenbus had laten zitten, waarna de sleutels weg waren. Op 13 december 2021 bevond verbalisant [verbalisant] zich in de ruimte van de wijkbeheerders van de flat van aangeefster om de camerabeelden van het wegnemen van de sleutels te bekijken. Deze bewegende beelden bevinden zich niet in het dossier. Verbalisant [verbalisant] heeft daarvan een still gemaakt waarop een persoon is te zien. Ongeveer een half uur na het bekijken van de camerabeelden zag verbalisant [verbalisant] door het raam van de betreffende ruimte de verdachte lopen en herkende hem aan zijn postuur en aan zijn gezicht als degene die op de camerabeelden op 28 november 2021 de sleutels en tag uit de brievenbus van aangeefster heeft weggenomen. Ook verbalisant [verbalisant] herkende de verdachte op basis van camerabeelden, waarbij niet duidelijk is gebleken of dit de bewegende beelden of de in het dossier aanwezige
stillsbetroffen.
Het hof stelt vast dat de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit enkel gebaseerd zou kunnen worden op de herkenningen door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant]. Met de raadsman is het hof van oordeel dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de herkenningen in dit type zaken spelen diverse factoren een rol: de intensiteit en de frequentie van de eerdere contacten met de verdachte, de vraag hoe recent die contacten zijn, de vraag of bewegende beelden dan wel foto’s/stills zijn bekeken, de kwaliteit van de beelden en wat daarop van de verdachte te zien is, en de wijze waarop de herkenning tot stand is gekomen (in onderling overleg of onafhankelijk van elkaar; met of zonder voorinformatie). Verder is van belang of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken. Ook kan van belang zijn in welke hoedanigheid de waarnemer en de verdachte elkaar (eerder) getroffen hebben.
Het hof is – anders dan de raadsman – van oordeel dat reeds foto 1, op pagina 33 van het procesdossier, van voldoende kwaliteit is om als basis voor een herkenning te dienen. Daarnaast is het gezicht van de persoon goed waar te nemen. Bovendien blijkt volgens verbalisant [verbalisant] dat de persoon die is afgebeeld op deze foto naar dezelfde verdieping in de flat loopt als waar de verdachte woont. Echter, uit de processen-verbaal van herkenning opgemaakt door beide verbalisanten blijkt onvoldoende op grond van welke specifieke, onderscheidende kenmerken de herkenningen van de verdachte hebben kunnen plaatsvinden. De beschrijvingen van de persoonskenmerken zijn te algemeen gebleven. Ook blijkt op basis van de processen-verbaal niet of de verbalisanten hem hebben herkend van eerder contact en de frequentie en intensiteit van zulk contact. Voorts weegt het hof mee dat de herkenning door verbalisant [verbalisant] plaatsvond nadat hij de verdachte buiten heterdaad had aangehouden.
Nu de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit aldus in de kern steunt op twee suboptimale herkenningen door verbalisanten en onvoldoende wordt ondersteund door andere, objectieve, bewijsmiddelen, is het hof van oordeel dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte bij het ten laste gelegde betrokken is geweest, zodat hij het voordeel van de twijfel krijgt en hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.011,36.
De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt vrijgesproken ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen..
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. L.F. Roseval, en mr. D. Abels, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juli 2025.
Mr. W.S. Ludwig, mr. D. Abels, en mr. R. Bleumers zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.