Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:2097

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
23-002973-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 107 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wetboek van StrafrechtArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden zonder rijbewijs met recidive en taakstraf met voorwaardelijke hechtenis

Op 27 april 2024 reed de verdachte zonder geldig rijbewijs op de Maarsenhof te Amsterdam. De verdachte was eerder al veroordeeld voor dezelfde overtreding en had nog geen rijbewijs omdat hij recentelijk was gezakt voor het theorie-examen. De kantonrechter veroordeelde hem aanvankelijk tot twee weken hechtenis.

In hoger beroep eiste het openbaar ministerie een taakstraf van 60 uur, terwijl de verdediging pleitte voor 30 uur vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder zorg voor het kind en werk bij een uitzendbureau. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte wederom zonder rijbewijs reed, wat getuigt van grove onachtzaamheid en risico voor medeweggebruikers.

Gezien de recidive en ernst van het feit legde het hof een taakstraf van 40 uur op, gecombineerd met een voorwaardelijke hechtenis van twee weken als stok achter de deur. De verdachte kan binnen 14 dagen cassatieberoep instellen tegen dit arrest.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf en twee weken voorwaardelijke hechtenis wegens rijden zonder rijbewijs met recidive.

Uitspraak

proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 21 juli 2025
parketnummer 23-002973-24
datum vonnis eerste aanleg 9 december 2024
parketnummer 96-146156-24
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 21 juli 2025.
Tegenwoordig:
mr. N.A. Schimmel raadsheer,
en mr. S. Pesch griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. A.N. Verlinden, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
[adres] ,
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. D.A.W. Dekker, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd mededeelt dat hij waarneemt voor zijn kantoorgenoot mr. I.R. Rigter en dat hij door de verdachte uitdrukkelijk is gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsman van de verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven. Hij zegt dat het een strafmaatappel betreft.
Desgevraagd geven de advocaat-generaal en de raadsman te kennen geen behoefte te hebben aan het nader voorhouden van de stukken. De raadsheer deelt mede dat het dossier dan als voorgehouden dient te worden beschouwd.
De raadsheer houdt in het kader van de persoonlijke omstandigheden een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juli 2025 voor en deelt mede dat het bepaalde uit artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
De raadsman vult aan ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden:
Mijn cliënt heeft nog geen rijbewijs. hij is net gezakt voor zijn theorie-examen. In september mag hij opnieuw op. Hij werkt gemiddeld 20 à 30 uur in de week in de afvalverwerking. Hij doet dit via [bedrijf] uitzendbureau. Hij draagt de gedeelde zorg voor zijn kind; hij wisselt dit af met de moeder van het kind. Dat is ook de reden dat hij er vandaag niet is, hij kon geen oppas vinden voor zijn kind. Ik kom vandaag namens mijn cliënt om een taakstraf te vragen.
De advocaat-generaal rekwireert tot een bewezenverklaring en vordert een taakstraf van 60 uren. De advocaat-generaal legt de vordering over aan het hof. Dit stuk wordt in het dossier gevoegd.
De raadsman deelt mede:
Mijn cliënt heeft nog een andere zaak boven het hoofd hangen, daarom vraag ik om te volstaan met enkel een taakstraf. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken wordt opgelegd, verzoek ik het hof de eis van de advocaat-generaal te matigen en te volstaan met een taakstraf voor de duur van 30 uren.
De advocaat-generaal persisteert.
Aan de raadsman wordt het recht gelaten namens de verdachte het laatst te spreken.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
= = = = = = = = = =
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 27 april 2024 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto) heeft gereden op de weg, de Maarsenhof, zonder dat aan hem door
de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de
Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van
motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij, op
of omstreeks27 april 2024 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto) heeft gereden op de weg, de Maarsenhof, zonder dat aan hem door
de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de
Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van
motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Bewijsmiddelen

De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt, dat het tenlastegelegde en bewezen geachte feit door verdachte is begaan.
Een proces-verbaal overtreding van 3 mei 2024 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] ;
Een geschrift, zijnde een RDW-bevraging van 28 april 2024

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ter zake het tenlastegelegde veroordeeld tot een hechtenis voor de duur van twee weken.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, bij niet verrichten te vervangen door 30 dagen hechtenis.
De raadsman heeft verzocht om te volstaan met een taakstraf van 30 uren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet de persoon en de draagkracht van de verdachte.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden zonder rijbewijs. Zijn gedraging getuigt van een grove onachtzaamheid voor medeweggebruikers, nu hij niet heeft aangetoond op veilige wijze een personenauto te kunnen besturen en hij niet verzekerd was tegen ongevallen.
De verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van
7 juli 2025 eerder voor het rijden zonder rijbewijs veroordeeld. De verdachte heeft geen lering getrokken uit deze eerdere veroordeling en is wederom in een motorrijtuig gestapt. Dergelijke recidive kan naar het oordeel van het hof in beginsel niet anders worden afgedaan dan met een onvoorwaardelijke hechtenis.
Toch zal het hof, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting door de raadsman is toegelicht, een taakstraf op leggen. Gelet op de recidive en de ernst van het feit, zal het hof daarnaast als stok achter de deur, een hechtenis van twee weken geheel voorwaardelijk om de verdachte er van te weerhouden om nogmaals zonder rijbewijs te gaan rijden.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke hechtenis van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Veroordeelt de verdachte tot
hechtenisvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
De raadsheer geeft aan de raadsman kennis dat de verdachte binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.