ECLI:NL:GHAMS:2025:2151
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis schoolkeuze kind in het belang van het kind
Partijen, ouders van twee minderjarige kinderen, zijn uit elkaar en oefenen gezamenlijk gezag uit. De vader wenste dat het jongste kind, [minderjarige 1], op een basisschool in zijn woonplaats [plaats B] zou worden ingeschreven, ongeveer op gelijke afstand van beide ouders. De moeder wilde het kind inschrijven in haar woonplaats [plaats A], vanwege de reistijd en het welzijn van het kind.
De voorzieningenrechter had de moeder bij verstek opgedragen mee te werken aan inschrijving op een school in [plaats B]. De moeder ging in verzet, maar dit werd ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Het hof weegt het belang van het kind en de omstandigheden, waaronder de verstoorde verstandhouding tussen ouders, de zorgverdeling en de reeds bestaande schoolkeuze voor het oudere kind.
Het hof overweegt dat de reistijd voor het kind aanvaardbaar is en dat een schoolwisseling onrust kan veroorzaken. Ook benadrukt het hof het belang van rust en continuïteit voor het kind en adviseert het partijen om hulpverlening te accepteren. De kosten van de procedure worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het kind op een school in de woonplaats van de vader blijft ingeschreven, omdat dit het meest in het belang van het kind is.