ECLI:NL:GHAMS:2025:2154
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in pleegzorg
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds mei 2024 bij pleegouders verblijft. De moeder is het niet eens met de verlenging en verzoekt vernietiging van de beschikking en afwijzing van het verzoek tot verlenging, dan wel een ouderschapsbeoordeling.
De moeder heeft een belast verleden, een licht verstandelijke beperking en vertraagde informatieverwerking, wat haar opvoedvaardigheden beperkt. Tijdens eerdere plaatsingen in moeder-kindhuizen zijn meerdere zorgwekkende situaties ontstaan, waaronder een vermissing en het niet naleven van veiligheidsafspraken. De pleegmoeder en de raad voor de Kinderbescherming bevestigen dat de situatie van de minderjarige in het pleeggezin stabiel en positief is.
Het hof oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat terugplaatsing momenteel niet in het belang van de minderjarige is. De moeder wordt geadviseerd de verzorging van haar tweede kind voort te zetten en open te staan voor hulpverlening. Een nieuwe plaatsing in een moeder-kindhuis wordt afgewezen omdat dit het perspectief van de minderjarige zou schaden.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.