Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
452 anderengenoemd en wonende zoals vermeld in de aan dit arrest gehechte bijlage, die als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd
,
BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE REISBRANCHE (in liquidatie),
PENSIOENFONDS PGB,
BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE REISBRANCHE (in liquidatie),
PENSIOENFONDS PGB,
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
- [appellanten] en [verzoeker] door mr. Van Meerten, voornoemd en door mrs. E.G.M. Thijssen, advocaat te Amsterdam, en M.A.M. Lem, advocaat te Breda;
- Reiswerk door mr. Kuiper voornoemd en door mrs. J.P.C. Interfurth en M.J. de Meij, beiden advocaat te Amsterdam; en
- PGB door mr. Schouten voornoemd en mr. A.A. Boutens, advocaat te Amsterdam,
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling in hoger beroep
“Hierdoor zal de financiële positie van het fonds verder onder druk komen te staan en een verlaging in 2021 zeer waarschijnlijk aan de orde zijn.”In het jaarverslag 2020 staat dat weliswaar dat jaar het herstel voorliep op het herstelplan, maar dat dit
“in belangrijke mate veroorzaakt werd door de benodigde verlaging ten gevolge van de collectieve waardeoverdracht naar PGB.”. Het door [appellanten] ingeroepen herstel was dus te danken aan de ingreep waartegen zij zich thans verzetten. Dat herstel weegt dus niet in hun voordeel mee. Het Triple A-rapport ten slotte is gemotiveerd bestreden met een reactie van het bureau [naam 2] van 15 maart 2024. Daarin wordt gegronde twijfel geuit over de betrouwbaarheid van de bevindingen en conclusies in het Triple A-rapport wegens - kort gezegd - onduidelijkheid over de bronnen, informatie en methodologie waarop die conclusies en bevindingen zijn gebaseerd.
Albany-arrest is de verplichtstelling van een pensioenfonds aan het EU-mededingingsrecht getoetst. Het door artikel 134 PW Pro bestreken onderwerp van pensioenverlaging behoort op zichzelf tot het domein van de lidstaten. Dat de
uitvoeringdaarvan is overgelaten aan een ‘onderneming’ in de zin van het EU-mededingingsrecht (mvg onder 43) maakt de regeling zelf nog niet tot Unierecht. Los daarvan hebben Reiswerk c.s. tegen de door [appellanten] gestelde inbreuk op hun eigendomsrecht ingebracht dat door de CWO de opgebouwde waarde van hun pensioenaanspraken en -rechten niet is aangetast. Daarenboven volgt uit het door [appellanten] zelf aangehaalde
Ys-arrest dat het in artikel 17 Handvest Pro beschermde eigendomsrecht geen recht geeft op een pensioen van een bepaalde hoogte.