ECLI:NL:GHAMS:2025:2268
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling tussen vader en kinderen wegens zwaarwegende belangen kinderen
De zaak betreft het verzoek van een vader om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen vast te stellen, nadat de rechtbank dit verzoek had afgewezen. De vader is in hoger beroep gekomen en verzoekt om een stapsgewijze omgangsregeling, eventueel onder begeleiding.
Het hof heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld en daarbij onder meer gesproken met de kinderen en advies ingewonnen van de Raad voor de Kinderbescherming. Ondanks het verzoek tot nader onderzoek acht het hof zich voldoende voorgelicht en ziet het geen noodzaak voor extra onderzoek, mede vanwege de mogelijke belasting voor de kinderen.
Het hof overweegt dat hoewel een kind recht heeft op omgang met beide ouders, in deze zaak het vaststellen van een omgangsregeling op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De moeder kampt met ernstige traumaklachten die haar functioneren als ouder beïnvloeden, en er is onvoldoende draagvlak bij de moeder en kinderen voor omgang met de vader. De vader heeft sinds 2020 geen contact meer gehad met de kinderen.
De bijzondere curator had eerder geconstateerd dat omgang met de vader mogelijk onrust veroorzaakt bij een van de kinderen die traumaklachten heeft en therapie volgt. Het hof acht het niet in het belang van de kinderen om de omgang te starten zolang deze omstandigheden voortduren.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.