Uitspraak
1. Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.
2. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
3. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
ondubbelzinnig, desbewust en vrijwilligbesluit van de verdachte en hij de keuze van de verdachte respecteert,
zal hij tijdens de behandeling van de zaak bijzondere aandacht moeten schenken aan de positie van de verdachte. Dat geldt met name waar het gaat om het verstrekken van informatie die de verdachte voor zijn verdediging behoeft. In dat opzicht kan de verdachte immers tekortkomen omdat hij, anders dan met de regeling van de ambtshalve toevoeging is beoogd, geen bijstand van een rechtsgeleerde raadsman heeft. In dat tekort zal de rechter zoveel als mogelijk dienen te voorzien.Terzijde merkt het hof op dat de huidige wettelijke regeling niet meer uitgaat van een ambtshalve ‘toevoeging’ maar van een hierna nog te bespreken ‘aanwijzing’, maar inhoudelijk is deze gewijzigde terminologie niet van betekenis.
De AIT is in 2020 ontstaan vanuit de behoefte om risicovolle gedetineerden op kleinschalige afdelingen te plaatsen waardoor de contacten (met de buitenwereld) beter zijn te monitoren, toezichtsmaatregelen gerichter uitgevoerd kunnen worden en de voortzetting en uitbreiding van criminele netwerken binnen detentie zoveel als mogelijk tegen wordt gegaan. De AIT is een aanvulling binnen het gevangeniswezen. Deze afdelingen worden ingericht naast de extra beveiligde inrichting (hierna: EBI) of de afdelingen voor beheers problematische gedetineerden (hierna: BPG).” Als de voorgestelde wijziging in werking is getreden is de selectiefunctionaris (namens de minister) en niet langer de directeur verantwoordelijk voor de AIT-plaatsing.
ATTENTIE
“ATTENTIE
compensatiebieden maar geen
reparatie. Waar die compensatie in kan bestaan is hiervoor toegelicht.
Slotconclusie