ECLI:NL:GHAMS:2025:2317
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag over minderjarige wegens onaanvaardbaar risico
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om samen met de moeder het gezag over hun vijfjarige kind te verkrijgen. De moeder oefent momenteel het gezag uit en het kind woont bij haar. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind regelmatig bij de vader verblijft.
De vader wenst gezamenlijk gezag om gelijkwaardig betrokken te zijn bij opvoedingsbeslissingen en als aanspreekpunt voor externe instanties. De moeder betoogt dat gezamenlijke gezagsuitoefening onaanvaardbare risico's met zich meebrengt vanwege conflicten en controlerend gedrag van de vader. De Raad voor de Kinderbescherming onthield zich van een advies maar benadrukte het belang van voorspelbaarheid en emotionele veiligheid voor het kind.
Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag de hoofdregel is, maar stelt dat dit alleen kan worden toegewezen als ouders in staat zijn tot behoorlijke gezagsuitoefening zonder dat het kind klem of verloren raakt. Uit het dossier blijkt controlerend en agressief gedrag van de vader richting de moeder, onvoldoende verbetering en het niet naleven van afspraken. Dit leidt tot spanningen die het belang van het kind schaden.
Het hof oordeelt dat het risico op negatieve gevolgen voor het kind bij gezamenlijk gezag onaanvaardbaar is en dat verbetering niet binnen afzienbare tijd te verwachten is. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek van de vader afgewezen. De vader blijft wel een rol in het leven van het kind spelen via de omgangsregeling en informatievoorziening door de moeder.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over de minderjarige te verkrijgen wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.