Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 28 januari 2025 het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam. De verdachte werd beschuldigd van diefstal van koffieproducten uit een supermarkt, gevolgd door geweld tegen een beveiliger die hem betrapte. Het hof achtte bewezen dat de verdachte de goederen heeft weggenomen en de beveiliger tegen zijn benen heeft geschopt om vlucht te kunnen maken.
De verdediging voerde aan dat het proces-verbaal met de beschrijving van camerabeelden moest worden uitgesloten omdat de beelden niet beschikbaar waren en de verdachte de beschrijving betwistte. Het hof verwierp dit en achtte het bewijs, bestaande uit de verklaring van de aangever, foto’s van het letsel en de waarnemingen van de verbalisant, voldoende. Het voorwaardelijk verzoek om de camerabeelden te voegen werd niet gehonoreerd.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing van de schadeposten. Het openbaar ministerie werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, omdat deze reeds was uitgevoerd.
Gelet op de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, legde het hof een gevangenisstraf van 2 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Het hof vond deze straf passend en geboden, iets lager dan het uitgangspunt in de oriëntatiepunten vanwege de persoonlijke situatie van de verdachte.