ECLI:NL:GHAMS:2025:2369
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.F. Roseval
- A.M. Koolen – Zwijnenburg
- B.E. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs oplichting ondanks niet-uitgevoerde werkzaamheden
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het Gerechtshof Amsterdam het bewijs tegen verdachte beoordeeld omtrent oplichting door het niet uitvoeren van afgesproken bestratings- en tuinwerkzaamheden.
De verdachte had van de aangever geld ontvangen voor werkzaamheden die grotendeels niet zijn uitgevoerd. De tenlastelegging betrof het aannemen van een valse naam, het plaatsen van een advertentie, het sturen van een factuur met onjuiste gegevens en het niet nakomen van afspraken.
Het hof oordeelde dat hoewel verdachte de werkzaamheden niet heeft uitgevoerd en geld heeft ontvangen, niet is komen vast te staan dat het slachtoffer door deze gedragingen is bewogen tot betaling. Daarmee ontbrak het essentiële bestanddeel van oplichting zoals bedoeld in artikel 326 Sr Pro.
De advocaat-generaal had veroorde-ling gevorderd, maar het hof volgde de raadsman in zijn pleidooi voor vrijspraak. Tevens werd de schadevergoedingsmaatregel niet opgelegd vanwege het ontbreken van een bewezenverklaring.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde oplichting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer door zijn gedragingen tot betaling is bewogen.