In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van diefstal in vereniging met braak, maar de opgelegde gevangenisstraf vernietigd en aangepast. De verdachte werd verdacht van het stelen van pallets met aanzienlijke waarde, waarbij het hof het feit als hinderlijk en schadelijk voor het getroffen bedrijf kwalificeerde.
De verdediging voerde aan dat de herkenningen van de verdachte op camerabeelden onvoldoende betrouwbaar waren vanwege de kwaliteit van de beelden. Het hof oordeelde echter dat de bewegende beelden voldoende kwaliteit hadden en dat de verbalisanten concrete en betrouwbare kenmerken hadden genoemd, mede vanwege hun eerdere bekendheid met de verdachte. Hierdoor werd het verweer verworpen.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de persoon van de verdachte en het feit dat er geen sprake was van recidive. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep meegewogen, wat leidde tot strafvermindering. Uiteindelijk legde het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 60 uur op.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 10 september 2025.