ECLI:NL:GHAMS:2025:2427
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige zorgregeling en aanhouding gezagsbeslissing na verhuizing en langdurig contactverlies
De zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag en de zorgregeling voor een minderjarige die sinds begin 2023 geen contact meer heeft met haar vader na verhuizing met de moeder naar een andere gemeente. De rechtbank wees het verzoek van de moeder af om het eenhoofdig gezag te krijgen en stelde een zorgregeling vast waarbij de omgang tussen vader en kind begeleid plaatsvindt.
De moeder is het niet eens met deze beslissing en verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen, alsmede een uitgebreidere en veiligere zorgregeling. De vader wenst de bestreden beschikking te handhaven, maar wil dat de moeder het kind haalt en brengt en stelt een andere zorg- en vakantieregeling voor.
Het hof oordeelt dat het in het belang van het kind is dat het contact met de vader onder begeleiding wordt hersteld en stelt een voorlopige zorgregeling vast met acht begeleide omgangsmomenten, waarvan vier in de thuissituatie van de vader. De beslissing over het gezag wordt aangehouden tot 1 februari 2026, waarbij partijen een verslag van het wijkteam dienen te overleggen over het verloop van de omgang.
Het hof benadrukt het belang van samenwerking tussen de ouders en het geleidelijk opbouwen van contact, waarbij het wijkteam een centrale rol speelt in de begeleiding en beoordeling van de veiligheid en het welzijn van het kind tijdens de omgang.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige zorgregeling met acht begeleide omgangsmomenten vast en houdt de beslissing over het gezag aan tot februari 2026.