ECLI:NL:GHAMS:2025:247

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23-001376-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging strafoplegging wegens bewaking grote hennepvoorraad

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd met uitzondering van de strafoplegging. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep in een woning, bestemd voor handel. Het hof overweegt dat het gebruik van hennep schadelijke gevolgen heeft voor de volksgezondheid en dat handel daarin vaak samenhangt met andere criminaliteit.

Hoewel de LOVS een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden als uitgangspunt hanteert voor dergelijke feiten, acht het hof dit niet passend omdat de drugs niet van de verdachte waren, maar dat hij deze slechts bewaakte als voorraad voor een coffeeshop. Daarom wijkt het hof af van de eis van de advocaat-generaal.

Het hof legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een taakstraf van 180 uur, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door 90 dagen hechtenis. Hiermee beoogt het hof de verdachte af te schrikken van toekomstige strafbare feiten en tegelijkertijd de maatschappij te dienen.

De strafrechtelijke veroordeling blijft verder ongewijzigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 januari 2025.

Uitkomst: Veroordeling met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een taakstraf van 180 uur.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001376-24
datum uitspraak: 30 januari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 juni 2024 in de strafzaak onder de parketnummers
13-249763-23 en 13-264339-22 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in een woning opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep die overduidelijk bestemd was voor de verdere handel, en daarmee aan de verdere verspreiding van die hennep. Het gebruik van hennep heeft schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de handel daarin gaat vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit.
Kijkend naar de oriëntatiepunten van de LOVS geldt voor het opzettelijk aanwezig hebben van deze hoeveelheid softdrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden als uitgangspunt. Het hof gaat er evenwel, op basis van de bevindingen in het dossier en de foto’s van de aangetroffen drugs, bij het bepalen van de straf van uit dat het hier ging om een voorraad voor een coffeeshop en dat de drugs niet van de verdachte waren, maar dat hij die ‘slechts’ bewaakte. Het vertrekpunt van de LOVS is om die reden naar het oordeel van het hof niet passend voor de aan de verdachte op te leggen straf en om die reden wijkt het hof ook af van de eis van de advocaat-generaal.
Het hof acht het voor de samenleving niet zinvol om deze verdachte een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf (van korte duur) te laten ondergaan. In plaats daarvan zal het hof aan de verdachte een forse taakstraf opleggen om de maatschappij te dienen. Daarnaast zal het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, waarmee wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.
Bevestigthet vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 januari 2025.
mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.