Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
C.W. Simonis te Zoetermeer,
Gerechtshof Amsterdam
In deze samenhangende zaken gaat het om het onrechtmatig gebruik van een tankring door een werknemer en de vraag of de daardoor veroorzaakte schade aan de gemeente vergoed moet worden door de werknemer en diens werkgever. De tankring werd gebruikt voor tankbeurten die ten onrechte bij de gemeente in rekening zijn gebracht.
De rechtbank had de vordering van de geïntimeerde toegewezen en het hof achtte de vordering in beginsel ook toewijsbaar, maar verlangde nader bewijs over de betaling van de schade aan de gemeente en over de levering van tankringen in 2014. De geïntimeerde overlegt een creditfactuur en facturen, maar het hof oordeelt dat deze stukken onvoldoende bewijs leveren dat de gemeente daadwerkelijk is gecompenseerd.
Het hof staat toe dat de geïntimeerde getuigenbewijs levert over de betaling aan de gemeente en over de levering van tankringen. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing. De getuigen zullen worden gehoord door een raadsheer-commissaris op een nader te bepalen datum.
Deze procedure betreft de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 lid 1 BW Pro voor onrechtmatige daad en werkgeversaansprakelijkheid. Het hof benadrukt dat het bewijs van de betaling en levering nog niet is geleverd en dat het horen van getuigen noodzakelijk is voor een definitieve uitspraak.
Uitkomst: Het hof staat getuigenbewijs toe en houdt verdere beslissing aan voor nadere bewijslevering over betaling en levering.