De zaak betreft een hoger beroep over de bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn jongmeerderjarige kind en de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder bedragen vastgesteld die de man moest betalen, maar hij betwistte deze en vorderde een veel lager bedrag.
Het hof heeft de financiële situatie van partijen uitgebreid onderzocht, waarbij het netto besteedbaar inkomen, de draagkracht en de behoefte van de kinderen centraal stonden. Daarbij werd rekening gehouden met de inkomsten uit ondernemingen, uitkeringen, en de woon- en zorgregelingen. De behoefte van de jongmeerderjarige werd vastgesteld op basis van de WSF-norm, verminderd met een huurcomponent en eigen inkomsten.
De man werd veroordeeld tot het betalen van een aangepaste alimentatie, met ingang van 16 december 2022, en met indexering voor latere jaren. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot terugbetaling van teveel ontvangen alimentatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige in hoger beroep verzochte werd afgewezen.