Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
Kamerstukken2017/18, 34821, 3, p. 32). Aangezien [verzoekers] zelf procespartij is, kan haar verzoek ex artikel 22a lid 2 Rv niet worden toegewezen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam heeft verzoekster een incidenteel verzoek ingediend op grond van artikel 22a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zij verzocht dat de kennisneming van medische gegevens door verweerder beperkt zou worden tot een advocaat of arts vanwege de bescherming van haar persoonlijke levenssfeer.
Het hof oordeelde dat artikel 22a lid 2 Rv alleen toepassing vindt indien de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de procespartijen wordt beschermd. Omdat verzoekster zelf partij is in het geding, kan haar verzoek niet worden toegewezen. Het hof wees het incidentele verzoek af en retourneerde de medische stukken aan verzoekster.
De onderliggende arbeidsrechtelijke procedure betreft het geschil over een ontslag op staande voet van verzoekster door verweerder, de werkgever. Verzoekster is sinds 1 januari 2022 in dienst en sinds 9 februari 2024 arbeidsongeschikt. Het ontslag op staande voet van 6 december 2024 werd betwist en er zijn loonvorderingen ingesteld. Het hof houdt de beslissing over de proceskosten aan en stelt de mondelinge behandeling van de hoofdzaak vast op 3 december 2025.
Uitkomst: Het incidentele verzoek tot beperking van inzage van medische gegevens wordt afgewezen.