ECLI:NL:GHAMS:2025:2555
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing faillissementsverzoek wegens ontbreken pluraliteitsvereiste
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot faillietverklaring van geïntimeerde heeft afgewezen. Appellant baseert het verzoek op een vordering van € 74.612,89 op een bedrijf waarvoor geïntimeerde als medeschuldenaar is verbonden. De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek nodig was en dat niet summierlijk was gebleken van het vorderingsrecht.
Het hof stelt vast dat weliswaar summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van appellant op grond van een overeenkomst van geldlening, maar dat het pluraliteitsvereiste niet is vervuld. De vorderingen van andere schuldeisers, te weten het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de verhuurder Eigen Haard, zijn respectievelijk verjaard en voldaan.
Omdat aan het vereiste van meerdere opeisbare vorderingen niet is voldaan, kan het faillissementsverzoek niet worden toegewezen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en veroordeelt appellant in de proceskosten van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek wegens het ontbreken van het pluraliteitsvereiste.