ECLI:NL:GHAMS:2025:2591

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
23-002075-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 36e lid 2 SrArt. 36e vijfde lid Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsvordering wegens hennepkwekerij ondanks verweer koolstoffilter

In deze ontnemingszaak bevestigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €5.374,78. De betrokkene werd veroordeeld voor het opzettelijk telen van 56 hennepplanten in de periode van 18 februari tot en met 24 juni 2021.

De verdediging voerde in hoger beroep aan dat het aangetroffen koolstoffilter tweedehands zou zijn, waardoor eerdere oogsten onvoldoende aannemelijk zouden zijn en de ontnemingsvordering zou moeten worden afgewezen. Het hof verwierp dit verweer omdat het niet was onderbouwd met concrete of verifieerbare gegevens.

Het hof baseerde zich op het proces-verbaal waarin werd vastgesteld dat het filterdoek vervuild was op een wijze die alleen kan ontstaan door langdurig gebruik in de kwekerij. Daarnaast werden andere indicatoren zoals gebruikte stekblokken en knipschaartjes met hennepresten meegewogen. Hierdoor achtte het hof het verweer niet aannemelijk en bevestigde het de ontnemingsvordering.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van €5.374,78 en verwerpt het verweer over het tweedehands koolstoffilter.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002075-24 (ontneming)
datum uitspraak: 26 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 september 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 15-103217-23 tegen de betrokkene:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, Sr wordt geschat, wordt vastgesteld op € 5.374,78 en aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
De politierechter heeft bij vonnis van 16 september 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 5.374,78 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
Namens de betrokkene is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Veroordeling in de strafzaak

Bij arrest van dit hof van 26 september 2025 in de strafzaak heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 16 september 2024, bij welk vonnis de betrokkene is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – het telen van 56 hennepplanten, bevestigd, met uitzondering van de straf.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw en de betrokkene naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:
  • de eerste zin onder paragraaf 1 ‘De grondslag van de vordering’ op pagina 3 van het vonnis (beginnend met “De betrokkene is” en eindigend met “tot en met 24 juni 2021”) niet overneemt en vervangt door: “De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 september 2025 met parketnummer 23-002076-24 veroordeeld ter zake van – kort gezegd – het opzettelijk telen van 56 hennepplanten in de periode van 18 februari 2021 tot en met 24 juni 2021”;
  • zich voor de berekening van de hoogte van het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel baseert op het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht’ van 13 maart 2023 inclusief bijlage (doorgenummerde dossierpagina’s 047 tot en met 053);
  • het in hoger beroep gevoerde verweer ten aanzien van het koolstoffilter zal bespreken.

Bespreking van het verweer met betrekking tot het koolstoffilter

Standpunt van de verdediging
Voor het eerst ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat het aangetroffen koolstoffilter tweedehands kan zijn geweest en dat een eerdere oogst daarom onvoldoende aannemelijk is geworden en de ontnemingsvordering om die reden moet worden afgewezen.
Oordeel van het hof
Daargelaten dat het standpunt van de verdediging niet is onderbouwd met enig concreet of verifieerbaar gegeven waaruit volgt dat het doek tweedehands is aangeschaft/verkregen door de betrokkene: uit het proces-verbaal indicatoren eerdere oogsten (PL1100-2021022868-9, pp. 010 en 011 van het strafdossier met fotobijlage) volgt dat het filterdoek was vervuild en dat het aannemelijk is dat de vervuiling daarvan in de kwekerij is opgetreden, gelet op de egale vervuiling daarvan die pas na langere tijd optreedt en veroorzaakt wordt door kleine stofdeeltjes. Het hof acht het niet aannemelijk dat deze vervuiling van dergelijke fijne deeltjes bij een tweedehands koop en daarbij behorende verhuizing, op dezelfde manier aanwezig zou blijven op het filterdoek. Daarbij komt dat dit vervuilde filterdoek niet de enige indicator betreft, maar in samenhang moet worden bezien met de overige indicatoren, waaronder een bak met gebruikte stekblokken en knipschaartjes met hennepresten.
Het verweer wordt verworpen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M. Senden en mr. L. Daum, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 september 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
[…]