Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 12 september 2025 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 december 2023.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat namens verdachte geen schriftelijke grieven zijn ingediend en ook geen mondelinge bezwaren zijn geuit tegen het vonnis. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte enig rechtens te respecteren belang heeft bij het onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Het arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de raadsheren M. Senden, H.A. Stalenhoef en L. Daum, en uitgesproken op 12 september 2025.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.