ECLI:NL:GHAMS:2025:2628

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
23-002701-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder geldig motorrijbewijs en snelheidsovertreding

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een motorfiets zonder geldig rijbewijs en het aanzienlijk overschrijden van de maximumsnelheid op een openbare weg te Schiphol-Rijk. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 11 juli 2023 zonder geldig motorrijbewijs reed en daarbij een snelheid van circa 101 km/u haalde waar 50 km/u was toegestaan. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Het hof nam mee dat de verdachte eerder soortgelijke veroordelingen had en dat hij zijn gedrag heeft verbeterd na een problematisch verleden met alcoholgebruik.

Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde het hof een taakstraf van 28 uur op voor het rijden zonder geldig rijbewijs. Voor de snelheidsovertreding werd een voorwaardelijke geldboete van €810 en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in een vervolging wegens een reeds bestrafte overtreding en wees een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere ontzegging af.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 28 uur en een voorwaardelijke geldboete en ontzegging van rijbevoegdheid wegens rijden zonder geldig rijbewijs en snelheidsovertreding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002701-24
datum uitspraak: 4 augustus 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 juni 2024 in de strafzaak onder het parketnummer 96-211777-23 en parketnummer 96-096686-22 (TUL), tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
adres [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 augustus 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten A, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Kruisweg, als bestuurder een motorrijtuig, (motorfiets), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer als degene van wie ingevolge artikel 130, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat rijbewijs niet was teruggegeven, op een weg, de Kruisweg, een motorrijtuig, (motorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, als bestuurder heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een motorvoertuig (motorfiets) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kruisweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een
maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 101 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van het onder 3 tenlastegelegde
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde. De verdachte is voor dat feit al bestraft met een geldboete van € 420,00.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 11 juli 2023 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten A, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Kruisweg, als bestuurder een motorrijtuig (motorfiets), van die categorie heeft bestuurd;
2.
hij op 11 juli 2023 te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorvoertuig (motorfiets) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kruisweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een
maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 101 kilometer per uur.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en voor het onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 810,00, te vervangen door 16 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 28 uren en voor het onder 2 ten laste gelegde tot een geldboete van € 810,00, waarvan € 405,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden op een motor zonder geldig rijbewijs. Daarnaast heeft de verdachte de aldaar geldende maximumsnelheid aanzienlijk overschreden. Door zo te handelen heeft de verdachte de regels die gelden in het verkeer genegeerd. Daarnaast heeft hij met zijn gedrag niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook die van andere weggebruikers in gevaar gebracht. Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 juli 2025 is de verdachte vaker onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke delicten. Het hof rekent dit de verdachte aan.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting voor het besturen van een motorrijtuig in geval van een ongeldig verklaard rijbewijs gaan uit van twee weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zijn verantwoordelijkheid wil nemen. De verdachte heeft een verleden met problematisch alcoholgebruik waardoor hij veel (financiële) problemen heeft. Hij is met veel moeite afgekickt. Het hof heeft oog voor de positieve wending die de verdachte aan zijn leven heeft gegeven, evenals de omstandigheid dat hij lering lijkt te hebben getrokken uit zijn daden.
Het hof zal daarom afwijken van de oriëntatiepunten en acht oplegging van een taakstraf van 28 uur voor het onder 1 primair bewezenverklaarde passend en geboden. Voor het onder 2 bewezenverklaarde acht het hof een voorwaardelijke geldboete van € 810,00 en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de artikelen 9, 176 en 179 Wegenverkeerswet 1994.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 14 oktober 2022 (96-096686-22) opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 60 dagen.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte voor het onder 1 primair bewezenverklaarde tot een
taakstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) uren,indien niet naar behoren verricht te vervangen door
14 (veertien) dagenhechtenis.
Veroordeelt de verdachte voor het onder 2 bewezenverklaarde tot een geldboete van
810,00 (achthonderdentien) euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagenhechtenis.
Bepaalt dat de geldboete, groot
810,00(
achthonderdentien) euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2
(twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C. Beuze, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van
mr. R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 augustus 2025.
Mr. C. Beuze is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.