Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en in hoger beroep de verdachte veroordeeld voor medeplegen van de uitvoer van circa 2978,8 gram MDMA op 27 februari 2020 te Schiphol.
De verdachte voerde aan geen opzet te hebben gehad en betwistte het bewijs, waaronder de Whatsappcorrespondentie, vanwege onrechtmatige bewijsvoering. Het hof verwierp deze verweren en achtte bewezen dat de verdachte bewust de koffer met drugs bij zich had, mede gelet op de omvang en de verborgen dubbele bodem in de koffer.
De straf is vastgesteld op 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarbij het hof rekening hield met de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs, eerdere veroordelingen van de verdachte en een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar die niet aan de verdachte kan worden toegerekend.
Het hof verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar en veroordeelde de verdachte conform de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. De tenuitvoerlegging vindt volledig plaats in een penitentiaire inrichting, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma of regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.