ECLI:NL:GHAMS:2025:2710

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
9 oktober 2025
Zaaknummer
23-002813-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 285 SrArt. 300 SrArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling en bedreiging met zware mishandeling

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling van een kassamedewerker in een supermarkt te Zandvoort, waarbij hij haar tegen het gezicht sloeg waardoor haar bril afviel, en voor bedreiging van een administratief medewerker van de gemeente Utrecht met zware mishandeling. Het hof achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde deze als mishandeling en bedreiging met zware mishandeling.

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken. In hoger beroep werd rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn langdurige dakloosheid en recente stabilisatie door verblijf in een Spaans hostel. Ondanks deze verzachtende omstandigheden vond het hof de ernst van de feiten zodanig dat een vrijheidsstraf passend was, maar stelde deze vast op 3 weken.

Daarnaast wees het hof de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, mede vanwege de door de raadsman aangevoerde argumenten over de re-integratie van de verdachte en de onduidelijkheid over de uitvoering van die straf.

Het arrest vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht, waarbij de verdachte wordt veroordeeld tot 3 weken gevangenisstraf en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 weken gevangenisstraf voor mishandeling en bedreiging; vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straf afgewezen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002813-22
datum uitspraak: 9 oktober 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 oktober 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-174907-22 en 20-001778-17 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 september 2025.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 juni 2022 te Zandvoort [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan;
2.
hij op of omstreeks 2 mei 2022 te Utrecht [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik wacht je buiten op en sla je kankerkop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 28 juni 2022 te Zandvoort [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] tegen het gezicht te slaan;
2.
hij op 2 mei 2022 te Utrecht [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik wacht je buiten op en sla je kankerkop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Wat onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 2 tot 3 weken. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte zich inmiddels in rustiger vaarwater bevindt. Het is te makkelijk de verdachte te reduceren tot iemand die anderen tot last is, gelet op het moeizame leven dat hij sinds lange tijd als dakloze leidt. De omstandigheid dat hij door zijn omgeving werd gezien als ‘veelpleger’ en ‘junk’ heeft de verdachte ontzettend gefrustreerd en heeft geleid tot onaangepast en wispelturig gedrag. Sinds de verdachte van zijn uitkering 3 weken per maand in een Spaans hostel verblijft, waar hij onderdak en eten krijgt, kan worden gesproken van een voorzichtige vooruitgang en weet hij het opspelen van frustraties te omzeilen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft
daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een kassamedewerker van een supermarkt door haar tegen het gezicht te slaan waardoor haar bril afviel. Aldus heeft hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschaad en haar pijn en lichamelijk letsel toegebracht. Het incident zal niet alleen het slachtoffer angst hebben ingeboezemd, maar ook bij omstanders in de supermarkt gevoelens van ontzetting teweeg hebben gebracht. Voorts heeft de verdachte een administratief medewerker van de gemeente Utrecht mondeling bedreigd met zware mishandeling. Door deze bedreiging te uiten, heeft de verdachte zijn slachtoffer angst aangejaagd. Het hof vindt het zorgelijk dat de verdachte in beide gevallen zijn geduld lijkt te hebben verloren omdat hij niet (tijdig) de dienstverlening ontving waar hij in zijn ogen op dat moment recht op had. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij zich daarbij zowel fysiek als verbaal agressief heeft gedragen in de openbare ruimte tegen mensen die hem juist met de beste bedoelingen zullen hebben willen helpen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 september 2025 is hij eerder ter zake van mishandeling en bedreiging met zware mishandeling onherroepelijk veroordeeld, wat het hof in het nadeel van de verdachte meeweegt.
Het hof weegt verder de moeilijke persoonlijke omstandigheden mee waarin de verdachte sinds lange tijd verkeert, zoals door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht. Mede tegen die achtergrond ziet het hof aanleiding een lagere straf op de te leggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Wel acht het hof gelet op de ernst van de feiten geen andere of lichtere straf op zijn plaats dan een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het hof acht, alles afwegende en mede gelet op het tijdsverloop, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

De advocaat-generaal heeft de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gevorderd van de bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 22 augustus 2018 (parketnummer 20-001778-17) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De raadsman heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen. Het betreft een voorwaardelijke
straf van vóór de ISD-maatregel die de verdachte heeft doorlopen. De toewijzing van de vordering
tenuitvoerlegging staat haaks op de ‘schone lei’ die de ISD-maatregel beoogt te bieden. De raadsman heeft er ook op gewezen dat onduidelijk is wat nu wel en niet van die voorwaardelijke straf inmiddels bij andere strafzaken door de verdachte is uitgezeten.
Het hof acht, mede gelet op de gronden die door de raadsman naar voren zijn gebracht, termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. Toewijzing acht het hof dan ook niet meer opportuun.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Noord-Holland van 2 september 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 augustus 2018, parketnummer 20-001778-17, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.H. Tiemens, mr. N. van der Wijngaart en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 oktober 2025.
=========================================================================
[…]