ECLI:NL:GHAMS:2025:2757
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging uithuisplaatsing minderjarige wegens zorgen over opvoedvaardigheden ouders
De zaak betreft de verlenging van de uithuisplaatsing van een driejarige minderjarige die sinds maart 2024 in een pleeggezin woont. De kinderrechter had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot december 2025. De ouders, die gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn het hier niet mee eens en willen dat hun kind terugkeert naar hun zorg.
In hoger beroep betoogt de vader dat de uithuisplaatsing niet langer nodig is en dat het belang van de minderjarige is om bij haar familie op te groeien. De gecertificeerde instelling (GI) en pleegouders stellen echter dat het contact met de ouders nog te onveilig is en dat er onvoldoende zicht is op de persoonlijke situatie van de ouders, mede door zorgen over middelengebruik en een taalbarrière.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing verlengd moet worden omdat de ouders nog stappen moeten zetten in hun opvoedingsvaardigheden en er onvoldoende zicht is op hun thuissituatie. De stress en ontregeling van de minderjarige na omgang met de ouders, de aanwezigheid van gehechtheidsproblemen en incidenten met drank- en drugsgebruik onderbouwen dit oordeel. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat de inbreuk gerechtvaardigd en proportioneel is.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het hoger beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep af.