De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van poging tot woninginbraak op 27 april 2017 te Amstelveen. Het hof baseerde zich op camerabeelden waarop de verdachte of zijn eeneiige tweelingbroer werd herkend, en op vingerafdrukken op een blikje Red Bull die na dactyloscopisch onderzoek aan de verdachte werden gekoppeld.
De verdediging voerde twijfel aan over de identificatie vanwege de tweelingbroer en stelde dat biometrische overzichten laat waren ingediend, maar het hof verwierp deze bezwaren en oordeelde dat de verdediging zich voldoende had kunnen voorbereiden. Getuigenverklaringen en forensisch bewijs ondersteunden de conclusie dat de verdachte aanwezig was bij de woning waar de inbraakpoging plaatsvond.
Het hof stelde vast dat er sprake was van een poging tot inbraak, omdat er binnen een uur schade aan het raam was ontstaan en de verdachte met een mededader werd gezien bij de woning. De straf werd bepaald op twee maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.