ECLI:NL:GHAMS:2025:2802
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging executoriale beslag in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam op 13 oktober 2025 beslist tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de voorzieningenrechter. Dit vonnis had een executoriaal beslag van appellanten tegen geïntimeerden gedeeltelijk opgeheven tot een bedrag van €150.000, dat op een derdenrekening moest worden gestort.
Appellanten vorderden in een incident de schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis gedurende het hoger beroep, omdat anders het bedrag definitief onttrokken zou worden aan hun verhaal op de hoofdelijk veroordeelde geïntimeerden. Het hof overwoog dat hoewel geïntimeerden een zwaarwegend belang hadden bij de tenuitvoerlegging vanwege hun noodzaak tot betaling van advocatenkosten, het belang van appellanten bij het behoud van de bestaande situatie zwaarder woog.
Het hof baseerde zich op de jurisprudentie dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in principe ten uitvoer kan worden gelegd, tenzij bijzondere omstandigheden het belang van de veroordeelde zwaarder doen wegen. Gezien de spoedige afdoening van het hoger beroep, werd de schorsing toegewezen voor een relatief korte periode.
De zaak is verwezen naar de rol van 21 oktober 2025 voor memorie van antwoord en er is een mondelinge behandeling gelast op 29 oktober 2025. De beslissing over proceskosten in het incident is aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst gedurende het hoger beroep.