ECLI:NL:GHAMS:2025:2960
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep verzoek vergoeding rechtsbijstand in hennepkwekerijzaak
Appellante verzocht om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin een hennepkwekerij in haar woning werd aangetroffen. Hoewel zij verklaarde geen handelingen te hebben verricht, was zij op de hoogte van de kwekerij van haar partner. De zaak werd geseponeerd zonder strafoplegging.
De rechtbank wees een deel van het verzoek af, en het hoger beroep richtte zich op deze afwijzing. Het hof oordeelde dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, omdat appellante bewust de situatie heeft laten voortduren en daarmee een opsporingsonderzoek kon verwachten.
Het hof stelde vast dat dit oordeel niet in strijd is met de onschuldpresumptie, omdat niet wordt geoordeeld dat appellante schuldig is aan een strafbaar feit. Wel werd een vergoeding van € 340 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de procedure van het hoger beroep zelf.
Het hoger beroep werd daarmee afgewezen, en de vergoeding voor de procedurekosten in hoger beroep werd toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en een vergoeding van € 340,00 wordt toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in het hoger beroep.