ECLI:NL:GHAMS:2025:2963
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep na intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. Het onderzoek in hoger beroep was aangevangen op 3 juni 2025. Op 15 september 2025 heeft verdachte via een akte het hoger beroep ingetrokken, waardoor hij geacht wordt zijn bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep uitgesproken, omdat geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij voortzetting van het onderzoek. Dit is in overeenstemming met artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 september 2025, waarbij de aanwezigheid van de griffier is vermeld. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet verder wordt behandeld.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van het onderzoek.