ECLI:NL:GHAMS:2025:2969
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.E. Dijkers
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding hoger beroep wegens onjuiste betekening
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2025 uitspraak gedaan over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter van 12 februari 2024. Bij onderzoek bleek dat de dagvaarding in hoger beroep niet op de juiste wijze aan de verdachte was betekend.
De dagvaarding was op 4 juli 2025 getracht te worden uitgereikt aan het BRP-adres van de verdachte, maar dit was niet gelukt omdat de verdachte volgens die akte niet meer op dat adres woonde. Vervolgens was niet gebleken dat de dagvaarding via het openbaar ministerie aan het juiste adres was verstuurd, terwijl de verdachte op 9 juli 2025 nog op dat adres stond ingeschreven. De dagvaarding was wel aan de raadsman uitgereikt, maar dit kon de onjuiste betekening aan de verdachte niet herstellen.
Omdat de verdachte niet ter terechtzitting was verschenen en de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend, verklaarde het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hiermee werd het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard en bleef het vonnis van de politierechter in stand.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard vanwege onjuiste betekening, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is.