ECLI:NL:GHAMS:2025:2969

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 augustus 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
23-000378-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding hoger beroep wegens onjuiste betekening

In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2025 uitspraak gedaan over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter van 12 februari 2024. Bij onderzoek bleek dat de dagvaarding in hoger beroep niet op de juiste wijze aan de verdachte was betekend.

De dagvaarding was op 4 juli 2025 getracht te worden uitgereikt aan het BRP-adres van de verdachte, maar dit was niet gelukt omdat de verdachte volgens die akte niet meer op dat adres woonde. Vervolgens was niet gebleken dat de dagvaarding via het openbaar ministerie aan het juiste adres was verstuurd, terwijl de verdachte op 9 juli 2025 nog op dat adres stond ingeschreven. De dagvaarding was wel aan de raadsman uitgereikt, maar dit kon de onjuiste betekening aan de verdachte niet herstellen.

Omdat de verdachte niet ter terechtzitting was verschenen en de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend, verklaarde het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hiermee werd het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard en bleef het vonnis van de politierechter in stand.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard vanwege onjuiste betekening, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000378-24
datum uitspraak: 27 augustus 2025
(Niet-gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-319367-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 augustus 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Blijkens de akte van uitreiking is op 4 juli 2025 getracht de dagvaarding in hoger beroep uit te reiken aan het BRP-adres van de verdachte, [adres] maar is dat niet gelukt omdat de verdachte volgens die akte niet (meer) op voornoemd adres woont. Niet blijkt dat vervolgens het gerechtelijke schrijven aan het openbaar ministerie is uitgereikt en afschrift door het openbaar ministerie aan voornoemd adres is verstuurd terwijl volgens de informatiestaat SKDB-persoon de verdachte op 9 juli 2025 op dat adres ingeschreven stond. De dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen is derhalve niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte uitgereikt. Dat de dagvaarding in hoger beroep ten kantore van de raadsman aan de Dorpsstraat 59, 3941 JL te Doorn – welk adres in de volmacht ex artikel 450 derde Pro lid van het Wetboek van Strafvordering door de raadsman werd opgegeven – is uitgereikt, doet aan het voorafgaande niet af. De dagvaarding in hoger beroep dient dan ook – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 augustus 2025.